Een heerlijk concert van de zangeres die emotionele verhalen vertelt, gedurfd improviseert, haarzuiver octaven kan verspringen en altijd bezig is met communiceren met haar publiek. Tussendoor vertelde ze dat ze na afloop met jonge zangstudenten van het Haags conservatorium zou praten; onder de toeschouwers veel zangeressen en zangdocenten trouwens. Yvonne Smeets, Anka Koziel, Marjorie Barnes, Sanna van Vliet, Patricia Wisse, allen even blij dat ze dit weer eens konden meemaken.
Dianne maakte van haar toegift een uniek geïmproviseerd verhaal-op-muziek. Een soort ‘rap’ van een hogere orde. Over de eerste keer dat ze, meer dan twintig jaar geleden in Den Haag was.
‘Ik keek mijn ogen uit’, zóng ze, ‘zoveel jazzmuzikanten tezamen die ik ook nog allemaal kon beluisteren, dat had ik nog nooit meegemaakt’.
Ze refereerde aan het Bel Air-hotel, ‘waar van alles gebeurde’, inclusief de befaamde sessies daar. Het klonk zo warm en intens dat Hagenaars van de oudere jazzgarde een traantje stonden weg te pinken.
Mijn nostalgie-gevoel hield daarbij niet op. Want na het concert in de auto van pianist Edgar van Asselt vervoerden we Dianne’s drummer, Terreon Gully, naar de Bordelaise, want hij zocht een plek om verder te spelen. Net als Dianne’s pianist, Peter Martin, maar die overbrugde Zuiderstrand-Huygensplein op een geleende fiets, bewegwijzerd door een stel muzikale dames. En in die Bordelaise werd het een kleine sessie die herinneringen opriep aan de Bel Air-sessies van destijds. Alleen was het hier om middernacht over, vanwege de buren en het gerucht, maar het goede gevoel blééf.
Dat bleef ook de dag daarna in Dakota waar pianist Wolfert Brederode stukken van zijn nieuwe cd ‘Black Ice’ presenteerde: dwingende leidraden voor meedromen op zijn fraaie zoektochten-in-klank. Waarin bassist Gulli Gudmondsson en drummer Jasper van Hulten met grote precisie en inlevingsvermogen méézochten.
door Bert Jansma